Knotwilgen of andere knotboomsoorten werden vroeger met speciale bijltjes geknot. Bij het knotten bleven stompjes zitten, die weer goed konden uitlopen. Tegenwoordig doet de motorzaag het werk.

Een motorzaag zaagt schijnbaar moeiteloos de dikste takken af. Daardoor is het makkelijk om de takken lekker kort af te zagen, liefst meerdere tegelijk. Soms worden zelfs hele, niet meer zo vitale delen van de knot afgezaagd. Dat lijkt geen probleem. Maar omdat er tot in het oude hout gezaagd wordt, kunnen de slapende knoppen onmogelijk uitlopen. Er ontstaan dus geen of minder nieuwe loten. Hierdoor kan een deel van de knot afsterven. Deze manier van werken kost de knot zijn kop.

De goede hoogte van de af te zagen tak varieert van een halve tot tien centimeter boven het punt waar de tak uit het oudere hout is gegroeid. Met als stelregel: hoe dikker de tak, des te hoger afzagen.

Ook eeuwenoude knoestige lei- of knotlindes ondergaan tegenwoordig de terreur van de motorzaag, waarbij tot diep in het oude hout is gezaagd. Dit met verlies van prachtige oude knoesten en alle risico’s van afsterven van een deel van de boom.